vrijdag 8 december 2017

Het circus dat onderwijs heet

Hoewel ik al lang in het praktijkonderwijs werkzaam ben, heb ik slechts korte tijd voor de klas gestaan. Ik liep daar al snel tegen het gevoel aan dat er steeds meer bij kwam en dat ik te hard moest rennen. Een gevoel dat over het algemeen niet door mijn collega’s werd gedeeld als ik er met ze over sprak. Sterker nog, er werd gezegd dat het werk voor mij te zwaar was omdat ik het niet graag zou doen. Waardoor ik bijna ging denken dat het aan mij lag, bijna, want als ik om me heen kijk en luister, dan weet ik dat ik niet de enige kan zijn.

Terugkijkend naar mijn start twintig jaar geleden is er in de loop der jaren heel veel veranderd. Natuurlijk ook ten goede. Het onderwijs is efficiënter geworden, er word nog beter gekeken naar wat de leerling zelf nodig heeft en bij ons op school zijn er een aantal opleidingen bij gekomen. Leerlingen hebben daardoor meer kansen op de arbeidsmarkt. Daartegenover staat dat de werkdruk voor leerkrachten veel hoger ligt. De klassen zijn nagenoeg verdubbeld, de problematiek van de leerlingen is vele malen zwaarder en de opslagfactor is meer dan gehalveerd. Ik zal dit even nader toelichten.

Toen ik begon bestond een klas uit gemiddeld acht leerlingen. Zo’n twee daarvan hadden extra zorg nodig. Voor elk uur dat je lesgaf, kreeg je drie kwartier de tijd voor voorbereidingen, nakijken, opruimen, extra werk verzamelen en alles wat nog meer nodig was om dat uur goed les te kunnen geven. Dat was luxe, misschien ook wel een beetje te luxe.
Nu zitten er gemiddeld 15 leerlingen in de klas. In de meeste klassen zitten zo’n vijf leerlingen die extra zorg nodig hebben, zo ongeveer dan. Bij mijn laatste klas van 14 leerlingen waren er 13 waarover we ons om een of andere reden zorgen maakten. De opslagfactor voor elk uur dat we lesgeven is minder dan twintig minuten. In die tijd zit ook de tijd die we besteden aan de teamvergaderingen. Als mentor ben je daarnaast veel tijd kwijt aan overleggen met collega’s, gesprekken met de leerlingen zelf en met hun ouders, huisbezoeken, het oplossen van conflicten, invullen van competentielijsten en gegevensoverzichten. Alles moet daarbij geregistreerd worden. Op zich natuurlijk goed, omdat je de ontwikkeling van een kind concreter maakt en het inzichtelijk word voor collega’s, ouders én de leerling zelf, maar het kost wel heel veel tijd.
Onderwijs is ook iets wat voortdurend in ontwikkeling is, wat het uitdagend maakt en een voedingsbodem vormt voor creativiteit. Maar deze ontwikkelingen volgen elkaar steeds sneller op waardoor er verschillende tegelijk lopen. Dit betekent wel dat elke leerkracht in meerdere werkgroepen zit.
En dan heb ik het nog niet eens gehad over de vele ouder- en feestavonden waar je na een lange dag voor de klas bij aanwezig moet zijn, de uren die je voor zieke collega’s op moet vangen of de surveillance als je eigenlijk aan een pauze toe bent.

Je kunt er met zijn allen voor kiezen om dit zo te doen en te blijven doen. Bij mijn school heerst de mentaliteit dat dit werk er nu eenmaal ligt en dat we het zo goed mogelijk samen moeten verdelen, schouders eronder en gaan. De leerlingen hebben recht op goed onderwijs en dat kan ik natuurlijk alleen maar onderschrijven. Maar ik vraag me af of we er met zijn allen niet een beetje in zijn doorgeschoten. Of we niet teveel mee gaan in de bezuinigingen. Want hoe goed is dat onderwijs eigenlijk nog als er bezuinigd word op alle extra ondersteuning en zorg in de school en als leerkrachten zo veel moeten doen dat ze standaard overwerken? Ik weet de oplossing niet, behalve dan dat ik hier zelf niet langer in mee wil gaan met als consequentie dat ik, als zorgverlener, uit de school vertrek.

Volgende week gaat het basisonderwijs staken. Ik sta hier volledig achter, ook al betekent dit dat vele ouders in Nederland een oplossing moeten zoeken voor hun kinderen. Ik hoop ook dat het iets gaat opleveren en dat het onderwijs weer goed word voor de leerling én voor de leerkracht.


Dit verhaal is beschreven vanuit mijn eigen ervaring. Hoe zie jij het? Denk jij er anders over, of juist niet? Laat je me het weten?

vrijdag 1 december 2017

Intakeperikelen


Afgelopen periode was het tijd voor mijn intake bij de revalidatiekliniek, wat nog aardig wat voeten in de aarde had.

Voor ik op gesprek mocht komen moest ik eerst een aantal vragenlijsten invullen. Negen om precies te zijn. Negen! Ik hoefde dat gelukkig niet in één keer te doen en heb het dus verspreid over meerdere dagen. De meeste vragen gingen over mijn klachten, wat wel en wat niet bij me past, over hoe ik grip houd op de situatie, wat ik wel en wat ik niet doe, over hoe ik mijn herstelmogelijkheden inschat. Er kwam van alles langs, maar de meest bizarre vraag was wel die over mijn seksleven en of ik nog voldoende libido had! Daar heb ik maar even hard om gelachen.

Daarna volgde het startgesprek met een psychologe. Ze wilde weten waar ik allemaal tegen aan liep en wat ik zelf verwachtte van het traject. We hebben een aantal van de vragenlijsten doorgelopen en ik kreeg er twee nieuwe bij die ik later in de week moest maken. Ik vond het gesprek nog behoorlijk intensief, het viel me tegen om te merken dat ik het einde van zo’n gesprek niet haalde zonder dat mijn concentratie volledig op was. Aan de andere kant was het ook meteen duidelijk waarom ik daar zat.

Een week later volgde er een aantal onderzoeken. De eerste was een fysiotherapeutische. Mijn hartslag werd gemeten bij matig intensieve activiteit, als indicatie voor mijn conditie. Dat ging nog best aardig vond ik zelf. Vervolgens een aantal oefeningen om mijn souplesse, coördinatie en balans in beeld te krijgen. En dat laatste was niet zo best, wat me eigenlijk niet verbaasde, omdat ik hartstikke duizelig word als ik draai tijdens het salsadansen. Maar toch, het drukte me weer lekker met mijn neus op de feiten. Op de behandeltafel bekeek ze vervolgens de beweeglijkheid van mijn schoudergewrichten, nek- en rugwervels waar ze weinig problemen vond, gelukkig. Bij de spieren aangekomen bleken de grote nekspieren wel behoorlijk stijf. En dat was te voelen ook!
Na een pauze volgde een fysieke test, voor de kenners; een David Back test. Dit werd gedaan met behulp van een aantal fitnessapparaten 2.0. Anders weet ik het niet te omschrijven. Met deze apparaten werd eerst de beweeglijkheid gemeten van buik-, rug, been- en nekspieren en daarna de kracht. Je raad het al. Die van mijn nek én bovenrug was om te huilen zo slecht. En dat terwijl ik al bijna twee maanden oefeningen doe voor het versterken van diezelfde spieren! Ik wil niet eens weten wat de uitslag was zonder deze oefeningen. 
Na weer een pauze was het tijd voor een psychologisch onderzoek. Daar werd ik flink doorgezaagd aan de hand van de eerder genoemde vragenlijsten. Onder het mom van, ‘op die lijst scoor je hoog op … leg eens uit?’ Er kwam hier uit dat ik wat extra ondersteuning kon gebruiken op het gebied van ontspannen, assertiviteit, onzekerheid en het stellen van te hoge eisen. Ondanks dat ik vind dat ik daar al aardige stappen in heb gezet, kan dat nooit kwaad denk ik zo. Een extra duwtje in de rug zeg maar. Wat nog wel leuk is om hier te vermelden is dat ik bij één van de lijsten een 4 scoorde op het gebied van analytisch denken ten opzichte van 42 (!) op gevoel. Beetje uit balans geschoten misschien?



Bij beide onderdelen kwam mijn komende re-integratie naar voren. Het is namelijk de bedoeling dat ik aan het eind van de eerste periode van acht weken mijn belastbaarheid zo ver heb opgebouwd dat ik al mijn werkuren draai. Dat is wel inclusief de uren die ik op het centrum aan mijn revalidatie besteed. In principe bouw je die uren op in je huidige functie en dat is een probleem, omdat ik niet meer voor de klas wil en kan staan. Hoe dat dan wel zal gaan werd niet meteen duidelijk, ik heb dat zelf ook niet helemaal helder. We gaan het zien volgende week. Dan heb ik weer gesprekken met mijn leidinggevende over mijn mogelijkheden én ik heb een gesprek met de revalidatiearts, van wie ik zal horen of en wat mijn indicatie voor het traject gaat zijn.

Word vervolgd!



Iedereen een rugzak

Enig tijd terug alweer, zat ik in een bijzonder gesprek waar het onderwerp ‘rugzakje’ ter sprake kwam. Het zette een en ander mooi in pers...